zaterdag 21 mei 2011

Straat van de zintuigen

Zien, horen, proeven, ruiken en voelen. In 2010 begon de stad Genk met het geven van nieuwe impulsen aan de Vennestraat, dat ervoor moet zorgen dat het een bovenlokale winkelstraat wordt. Het bestuur mikt op zaken die de zintuigen bespelen, om zo de bezoekers een ervaring te bieden die je nergens anders in de buurt kan vinden.

De Vennestraat kende een bloeiperiode in de tijd van de mijnbouw. Omlegen door de woonbuurten van mijnwerkers, groeide het uit tot een handels- en ontmoetingscentrum. Wie na het zware labeur terug naar huis wou keren, liep via de Vennestraat en bleef daar vaak gedurende lange tijd plakken. Echter, na de sluiting van de mijnen kwam de straat in verval. Niet alleen verloor het zijn status van ‘middelpunt van een arbeiderswijk’, maar kreeg het ook te maken met veel leegstand. 

Dit bleef zo tot 2010, toen Genk besloot de Vennestraat en twee soortgelijke straten duchtig aan te pakken. De stad wilt, in samenwerking met Stebo, met de Vennestraat, Stalenstraat en Hoevenzavellaan voorkomen dat er een wildgroei komt van kleinere handelscentra en dus kernversterkend werken. “Makkelijk is dit niet, doordat de straten een mindere reputatie hebben gekregen.”, zegt Angelo Del Rio, handelsconsulent bij Stebo. “Leegstand zorgt voor een kwalijke eerste indruk, wat er niet voor zorgt dat nieuwe bezoekers later terugkomen”. Toch proberen Stebo en de stad Genk dit origineel op te lossen. Met behulp van borden of doeken, met daarop reclame en sfeervolle beelden, dekken ze de kapotte ruiten en gammele deuren af. Zo is er een tijdelijke oplossing, tot de gebouwen zelf aangepakt kunnen worden.

Ondertussen springen enkele nieuwe zaken al in het oog. Niet alleen staan de moderne gevels in schril contrast met de oude gebouwen, maar ook volgen ze met veel succes het concept van de zintuigen. Zo wordt restaurant La Posta steeds populairder en prikkelt de trendy krantenwinkel De Mijnhoek tegelijkertijd meerdere zintuigen. Toch lijkt de straat nog een lange tijd en veel moeite nodig te hebben eerdat het hele straatbeeld deze voorbeelden gevolgd heeft.

Het potentieel is echter groot, zeker met C-mine op amper enkele meters van de Vennestraat. De bezoekers van dit cultureel centrum en studenten van de nabij gelegen hogeschool hebben nu amper een plek in de buurt waar ze iets kunnen gaan eten en drinken. Wanneer de straat komaf heeft gemaakt van de leegstand, en restaurants, kunstgalerijen en andere zintuiglijke winkeltjes in grote getale aanwezig zijn, is er geen twijfel dat bezoekers van C-mine even stoppen in de Vennestraat voor ze naar huis gaan, net zoals de mijnwerkers dat vroeger deden.






vrijdag 13 mei 2011

De redder van het vaderland

Daar was hij weer! Felix De Clerck, die als een koene ridder de kantoren van de landverradende N-VA en PS binnenviel. Nadat hij in januari Brussel veroverde na zijn glorieuze SHAME-kruistocht, zette hij trots zijn queeste voort. Niemand, maar dan ook niemand, zal de hedendaagse ‘Arthur’ tegenhouden de glorie van ons trotse vaderland te beschermen. 

Wie weet welke grootse avonturen hij ons nog zal brengen? Met indrukwekkende precisie zal hij met zijn zwaard de landen van Brussel, Halle en Vilvoorde splitsen. Met overtuigende kracht zal hij onze economie terug opkrikken. En met vaderlandse liefde zal hij de volkeren terug herenigen en nieuwe leiders benoemen. Want vergeet niet dat hij van het geslacht De Clerck afkomstig is, en dus het christelijke geloof met zich meedraagt. En wie een trouwe volgeling van God is, veroorzaakt tegenwoordig schrik bij ieder die gezegend is met kinderen. Een hoofse ridder zoals Felix de Grote zal zich nooit tot zulke praktijken inlaten, maar wie zal het risico willen nemen?

Toch moet Felix, zoals alle legendes, een kritische benadering ondergaan. Is hij een ridder rijdend op zijn edel ros, of is hij eerder een 27-jarige rakker met te veel tijd en lichte hoogheidwaanzin? Streeft hij zijn ideologie achterna, of denkt hij eerder: ‘met Facebook in de hand, kom je in elke krant’? Misschien is het niets van dit alles, en probeert hij in contact te komen met justitie, met het werk van zijn vader. Het zou in ieder geval een betere verklaring zijn voor de benaming van zijn ‘Stockholm’-groep.

Wat we echter wel weten, is dat Felix zijn werk nauwelijks iets meer was dan een fait divers op een zonnige donderdag. Geen enkel probleem is opgelost binnen onze trotse monarchie, en de regeringsvorming begint op een banale tachtigjarige oorlog te lijken. Misschien heeft Felix wel de droom om ooit zelf minister van Justitie te worden, en probeert hij de communautaire problemen actueel te houden zodat hij binnen tien jaar gewoon zijn vaders plek kan innemen bij de eerstvolgende regering. Zo wordt hij een leider, net als Stefaan, en net als de echte Arthur.

Carausius morosus

De Carausius morosus, in de volksmond beter bekend als de wandelende tak, is gekend om zijn indrukwekkende camouflage. Het beschermt zich tegen vijanden doordat het op gewone takken lijkt en zich ook zo gedraagt. In het geval van uiterste nood laat het zich zelfs uit de bomen vallen, om zo tussen de gewone takken te belanden.

De wandelende tak is een voorbeeld van dat niet alles is wat het lijkt. Wie door het bos wandelt, gaat er van uit dat elk takje van hout is. ‘Niet verwonderlijk en nog minder belangrijk’ zal je zeggen, maar het is een manier van denken die veel verder dan dit gaat. Als morgen in de krant staat dat kolonel Khaddafi na een bombardement omgekomen is, zullen velen onder ons dat geloven, zonder dat er enig bewijs van bestaat. En dan heb ik de ietwat verdachte dood van bin Laden er nog niet bijgehaald…
 
Alles wat de media ons dagelijks voorschotelt, wordt zonder morren, en vooral zonder denken, geslikt. Het moeten dan nog geen grappen zoals die van Basta zijn, het kan ook veel verder dan dat gaan. Ben ik een ‘complotdenker’ als ik insinueer dat veel feiten anders verteld worden door druk of door inmenging van overheden? De journalist mag dan misschien de waakhond van de maatschappij genoemd worden, toch mag men het denken niet aan een ander overlaten. Dit is echter geen sneer naar het journalistieke vak, aangezien de doorsnee journalist vaak moet vertrouwen op informatie die hij van hogerop krijgt. Over de belangrijkste zaken heeft de journalist het minste controle.

Ben je dan ooit zeker van de waarheid en mag je vanaf nu het nieuws niet meer bekijken? Het antwoord op beide vragen is: ‘neen’. Een kritische geest en discussies kunnen echter alleen maar aangemoedigd worden, zodat we verdachte verhalen met een korreltje zout  leren nemen. Want we mogen niet vergeten dat sommige overheden de media niet voor niks beïnvloeden. Als sommige hoge pieten in noodsituaties verkeren, zullen ze alles doen om niet tussen de gewone takken te moeten vallen.